ECONOMIE EN TOERISME OP
HET EILAND IBIZA
De Balearen vormden in vroeger tijden
een doorgangsgebied voor schepen die op weg waren naar Afrika of
weer teruggingen naar Europa. Met name de haven van Palma de
Mallorca was hierin erg belangrijk, en groeide uit tot een van de
belangrijkste havens in de Middellandse Zee. De havens van Eivissa
en Sant Antoni zijn veel kleiner en daardoor minder belangrijk. Ze
spelen op dit moment een grote rol voor het transport tussen de
eilanden, met name voor toeristen. In de havens liggen talloze
plezierboten.
Door het toerisme heeft de economie van
de Balearen een enorme groei doorgemaakt en is daardoor de rijkste
provincie van Spanje geworden. Jaarlijks bezoeken ca. 8 miljoen
toeristen Ibiza, Formentera, Mallorca en Menorca. Op drukke dagen in
augustus landen er ca. 800 vliegtuigen per dag op het vliegveld van
Palma de Mallorca! In het hoogseizoen is de verhouding
toerist-eilandbewoner 4:1.
In de jaren zestig werd langzaam duidelijk dat het toerisme een
goudmijn zou gaan worden voor het economisch wat zieltogende eiland.
Vanaf de jaren zeventig kwamen de Europeanen in grote getale naar
het eiland en werden de gebieden rondom de beroemde stranden
volgebouwd met hotels, restaurants en appartementencomplexen. In de
jaren tachtig werd het aandeel van het toerisme voor de economie van
Ibiza steeds belangrijker en ook het aantal arbeidsplaatsen nam
sterk toe, met name in de bouw, het hotelwezen en de horeca. Dat
deze ‘monocultuur’ gevaarlijk is, bleek eind jaren tachtig. De groei
van het toerisme nam sterk af, waardoor veel ondernemingen hun
deuren moesten sluiten.
Door de vele toeristen kwam ook de
natuur en het milieu steeds verder onder druk te staan. Gelukkig is
daar steeds meer aandacht voor. Om de natuur te behouden werd
ongeveer eenderde van Ibiza beschermd. Daartoe behoren groene zones
en een 100 meter brede kuststrook, die niet bebouwd mag worden.
Bovendien werden historische plaatsen gerestaureerd en verfraaiingen
aangebracht. De havens kregen nieuwe promenades en de dorpen
autovrije zones.
De landbouw en de veeteelt zijn van ondergeschikt
belang voor de economie en eigenlijk
alleen gericht op de binnenlandse markt. Zo zijn er wat
melkveehouderijen en wat boeren die geiten, schapen, pluimvee en
varkens houden. Ca. 40% van het oppervlak van Ibiza is in gebruik
voor de landbouw. De producten worden veelal aan restaurants en
hotels verkocht. Kenmerkend voor Ibiza zijn de ‘paredes’, stenen
muurtjes die moeten verhinderen dat in de winter, tijdens hevige
regenbuien, de aarde wegspoelt. De totale lengte wordt geschat op
ca. 10.000 kilometer, hun ouderdom op ongeveer 1000 jaar.
De opbrengsten van de
johannesbroodbomen zijn de laatste jaren gestegen; de kernen van de
vruchten
vormen namelijk een grondstof voor de
chemische industrie. Andere landbouwproducten zijn aardappelen,
abrikozen, vijgen en amandelen.
Hoewel helemaal omringd door het water
van de Middellandse Zee, is ook de visserij economisch van weinig
betekenis. Vroeger was het een zeer visrijk gebied maar door de
overbevissing is daar bijna niets meer van over. De enige
industrieën die voor wat extra inkomsten zorgen zijn de zoutwinning
in de zoutpannen en de cementindustrie. De zoutpannen of ‘salines’
van Ibiza leveren jaarlijks ca. 60 ton zout op. Verder worden er
ambachtelijke producten voor de toeristen gemaakt en wat
muziekinstrumenten. Een deel van de benodigde energie wordt door
middel van zonne-energie opgewekt.
De op een na grootste inkomstenbron van
Ibiza is
de zogenaamde adlib-mode (ad libitum =
zoals het
u bevalt). De adlib-mode wordt sinds de
jaren zeventig op de markt gebracht door hedendaagse modeontwerpers,
en wordt gekenmerkt door de grote vrijheid om een geheel eigen stijl
te ontwerpen.
|